Missie SCF : De statuten van de Suriname Conservation Foundation (SCF)

I. ALGEMEEN

Artikel 1: Akte/Naam en Zegel van de Stichting

  1. De hierna volgende statuten zijn gebaseerd op de Akte van Oprichting (hierbij aangehecht), gedateerd 14 maart 2000, gelegaliseerd op dezelfde datum en ingeschreven bij het Ministerie van Justitie op 11 juli 2000.

  2. De Stichting draagt de naam Suriname Conservation Foundation (hierna te noemen "de Stichting").

  3. De Stichting gebruikt een logo die door het Bestuur van de Stichting (het "Stichtingsbestuur") wordt goedgekeurd.

II. DOEL EN MIDDELEN

Artikel 2: Doel en Middelen van de Stichting

  1. De Stichting is uitsluitend gericht op charitatieve, educatieve en wetenschappelijke doelen. In het bijzonder bevordert de stichting activiteiten die dienen tot de bescherming van de biodiversiteit van de Republiek Suriname, met bijzondere nadruk op activiteiten die de biodiversiteit beschermen van de bij wet ingestelde Natuurreservaten van de Republiek Suriname (hierna genoemd "de Natuurreservaten').

  2. De stichting bevordert activiteiten overeenkomstig de hiernavolgende specifieke doelstellingen:

    2.1 het vergroten van de capaciteit in de Republiek Suriname voor het beheren van Natuurreservaten;

    2.2 het vergroten van de capaciteit in de Republiek Suriname voor het doen van wetenschappelijk onderzoek en het maken van wetenschappelijke analysen met betrekking tot de staat van de biodiversiteit van de Republiek Suriname en haar Natuurreservaten.

    2.3 het bevorderen van milieu-educatie en het verhogen van het milieubewustzijn; en

    2.4 het identificeren en bevorderen van mogelijkheden voor eco-toerisme in de Republiek Suriname en het vergroten van de capaciteit in de Republiek Suriname om beschermde gebieden te gebruiken als bestemmingen voor het eco-toerisme, teneinde de duurzame benutting en het behoud van biodiversiteit te ondersteunen.

    3. De Stichting besteedt ten minste vijfenzestig procent (65%) van haar totaal jaarinkomsten aan activiteiten en technische bijstand die tot doel hebben het versterken van het beheer van Natuurreservaten.

    4. De Stichting legt bijzondere nadruk op het beheer van het Centraal Suriname Natuurreservaat en het Sipaliwini Natuurreservaat.

Artikel 3: Activiteiten van de Stichting

  1. Teneinde de doelen die genoemd zijn in Artikel 2 te verwezenlijken, kan de Stichting activiteiten financieren van :

    1.1 nationale en plaatselijke overheidsinstellingen en parastatale organisaties van de Republiek Suriname, die verantwoordelijk zijn voor milieubescherming en het beheer van natuurreservaten en beschermde gebieden; en


    1.2 economische, wetenschappelijke, educatieve, maatschappelijke en vak-organisaties en natuurlijke personen.

  2. De Stichting investeert geen enkel deel van haar inkomsten in activiteiten met winstoogmerk.

  3. Activiteiten die door de Stichting gefinancierd worden, moeten ecologisch duurzaam zijn en dienen uitgevoerd te worden op een wijze die ten gunste is zowel van de bevolking die woonachtig is in het gebied waar de activiteit plaatsvindt als van het ecosysteem.

  4. De middelen van de Stichting worden aangewend om aanvullende activiteiten te financieren en niet om activiteiten, functies, of taken te vervangen, die worden uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van overheids- of distriktsautoriteiten.

  5. De Stichting ondersteunt activiteiten die plaatsvinden in de Republiek Suriname, maar kan deelnemen aan internationale samenwerking met overheid, -en niet-overheidsorganisaties, in de mate waarin dergelijke samenwerking het behoud van de biodiversiteit van de Republiek Suriname bevordert.

  6. De Stichting neemt niet deel aan, en intervenieert niet in, enige politieke campagne (ook niet door de uitgifte of verspreiding van verklaringen) ter ondersteuning van, of als oppositie tegen, enige politieke organisatie, politieke kandidaat of politieke partijen.

Artikel 4: Andere Bevoegdheden en Taken

Behalve de overige bevoegdheden en taken die elders in deze Statuten zijn opgesomd, is de Stichting bevoegd om:

  1. wetenschappelijke symposia, cursussen en bijeenkomsten te organiseren, ter bevordering van de doelen van de Stichting; en

  2. fondsen te verschaffen voor activiteiten of activiteiten te ontplooien om additionele fondsen te verkrijgen, ter bevordering van het bereiken van de doelen van de Stichting.

Artikel 5: Duur van de Stichting

De Stichting is opgericht voor onbepaalde tijd.

Artikel 6: Vestigingen

De Stichting is geregistreerd en gevestigd in Paramaribo, de Republiek Suriname.

III. UITVOERINGSPRINCIPES

Artikel 7: Vermogen

  1. De Stichting ontvangt de som van een miljoen dollars (USD) van Conservation International, in overeenstemming met de Overeenkomst die is getekend tussen de Republiek Suriname en Conservation International op 4 juni 1998.

  2. De Stichting heeft het recht fondsen en andere materiele en immateriele activa middels donaties, vrijwillige bijdragen, subsidies, schenkingen, erfenissen, legaten of subventies van natuurlijke personen of rechtspersonen die opgericht zijn onder het privaatrecht of publiekrecht, te ontvangen en te beheren.

  3. Het Stichtingsbestuur heeft de exclusieve bevoegdheid te bepalen onder welke voorwaarden en bepalingen dergelijke fondsen geaccepteerd of geweigerd worden, behoudens paragraaf 4 van dit artikel.

  4. Donors en erflaters mogen aangeven voor welk doel en onder welke voorwaarden hun donatie, bijdrage, subsidie, legaat of erfenis aangewend moet worden.


    4.1 Indien de voorwaarden die zijn vastgelegd door de donor of erflater ter aanwending van de bijgedragen middelen niet in overeenstemming zijn met de van kracht zijnde wetten en regelingen van Suriname, of in strijd met de doelen van de Stichting, weigert de Stichting dergelijke middelen, legaten, erfenissen of donaties.


    4.2 Indien het te moeilijk is voor de Stichting om te voldoen aan de voorwaarden die door de donor of erflater zijn vastgesteld ter aanwending van de bijgedragen middelen, mag de Stichting dergelijke middelen, legaten, erfenissen of donaties weigeren.

  5. Indien de donor of erflater geen instructies heeft gegeven, mogen de donaties, bijdragen, schenkingen, legaten of erfenis zoals in dit artikel omschreven zijn, aangewend worden om elke activiteit te ondersteunen die in overeenstemming is met de doelstellingen van de Stichting en overeenkomstig de Statuten van de Stichting.

  6. Indien het gevaar daartoe bestaat, of indien fondsen of goederen daadwerkelijk voor andere doelen worden gebruikt dan die welke zijn opgesomd onder de doelstellingen die zijn vastgelegd in deze Statuten of in de relevante overeenkomsten met donors of andere voor de stichting bindende documenten, waar condities zijn gespecificeerd door donors, erflaters of anderen die fondsen of goederen hebben bijgedragen aan de Stichting, mogen deze donors, bijdragers of hun gemachtigden alle of een deel van de fondsen of goederen die zij hebben bijgedragen terugnemen.

Artikel 8: Niet-Schending van het Vermogen

  1. De Stichting fungeert als een kapitaalverzekering. Tenzij er anders is gespecificeerd door de donor in de donor overeenkomst, worden alle financiele bijdragen aan de Stichting onmiddellijk toegevoegd aan haar vermogen. Dit vermogen wordt wettelijk beschouwd als een permanent fonds, dat belegd wordt overeenkomstig de bepalingen van deze statuten en onder toezicht van het Stichtingsbestuur. De inkomsten uit deze belegging worden door de Stichting gebruikt voor de doelstellingen die in deze statuten zijn vastgelegd en met inachtneming van de beperkingen die zijn vastgelegd in paragraaf 2 van dit Artikel.

  2. Het aanspreken van het kapitaal is slechts toegestaan met inachtneming van de bepalingen in Artikelen 19 en 25.

  3. De Stichting besteedt niet meer dan twintig procent (20%) van haar inkomsten aan het betalen van de administratieve kosten van de Stichting, inclusief salarissen en andere vaste lasten, behalve dat voor de eerste drie fiscale jaren na haar oprichting de Sichting vijfentwintig procent (25%) van haar inkomsten aan administratieve kosten mag besteden.

Artikel 9: Vermogensbeheer

  1. Het vermogen van de Stichting wordt beheerd en belegd met strikte toepassing van de relevante nationale en internationale wetten.

  2. Het vermogen van de Stichting wordt namens de Stichting beheerd en belegd door vermogensbeheerders met internationaal erkende reputatie en competentie, en overeenkomstig internationaal erkende normen voor vermogensbeheer. De vermogensbeheerder wordt geselecteerd door een internationale vergelijkende procedure. Het tekenen van een vermogensbeheerscontract vereist voorafgaande formele goedkeuring door het Stichtingsbestuur.

  3. De fondsen die nodig zijn voor de jaarlijkse operationele kosten worden door de vermogensbeheerders gestort bij een bank of andere financiele instelling, overeenkomstig de door de donor of erflater gestelde eis, of, indien er geen vereiste daartoe bestaat, zoals vastgesteld door het Stichtingsbestuur.

  4. Het vermogen en de inkomsten van de Stichting worden besteed overeenkomstig de specificaties van de donors, erflaters of andere bronnen, doch slechts voor activiteiten die door het Stichtingsbestuur zijn goedgekeurd en overeenkomstig de doelen van de Stichting.

  5. Het Stichtingsbestuur voegt een deel van de jaarinkomsten van de Stichting bij het vermogen van de Stichting, teneinde de effecten van inflatie te neutraliseren.

Artikel 10: Compensatie voor Dienstverlening

  1. Leden van het Stichtingsbestuur ontvangen geen vergoeding alszodanig voor hun diensten; het Bestuur van de Stichting is echter wel gerechtigd vergoeding van alle onkosten goed te keuren indien deze zijn ontstaan in verband met het verrichten van diensten voor de Stichting, inclusief, maar niet beperkt tot, het bijwonen van jaarlijkse, gewone of bijzondere vergaderingen van de Stichting. Niets dat hierin is vervat mag worden uitgelegd als uitsluiting van enig bestuurslid van het verrichten van diensten voor de Stichting in enige andere capaciteit en om daarvoor vergoeding te ontvangen.

  2. Nadat het contractueel overeengekomen honorarium aan de vermogensbeheerder is betaald, mag geen enkel deel van het vermogen of de inkomsten van de Stichting ten goede komen aan enige particuliere persoon, behalve dat particuliere personen salaris of een redelijke vergoeding mogen ontvangen voor dienstverlening aan de Stichting, overeenkomstig het personeelsplan en de salarisniveaus die opgenomen zijn in de door het Stichtingsbestuur goedgekeurde jaarbegroting.

Artikel 11: Financieel Jaar en Financieel Toezicht

  1. Het financieel jaar van de Stichting vangt aan op de eerste dag van de maand januari van elk jaar en eindigt op de eenendertigste december daaropvolgend.

  2. De eerste keer vangt het financieel jaar aan op de dag van registratie van de Stichting bij het Ministerie van Justitie in Paramaribo en eindigt op de eenendertigste december van het jaar daarna.

  3. Het Stichtingsbestuur wijst een onafhankelijke, internationaal erkende accountant aan om de boeken van de Stichting te controleren.

  4. De boeken van de Stichting worden regelmatig bijgehouden

  5. De accountant stelt de balans en de winst- en verliesrekening van de Stichting vast zoals die aan het einde van ieder financieel jaar worden opgemaakt, en brengt gedetailleerd schriftelijk verslag uit aan het Stichtingsbestuur niet later dan drie maanden na het einde van het financieel jaar.

IV. BESTUUR VAN DE STICHTING

Artikel 12: Exclusieve Bevoegdheden van het Stichtingsbestuur

  1. Het beleid en het ordereglement van de Stichting worden vastgesteld door het Stichtingsbestuur, dat de belangen van de Stichting behartigt.

  2. Het Stichtingsbestuur heeft de exclusieve bevoegdheid tot:


    2.1. het benoemen en ontheffen van de leden en voorzitter van het Stichtingsbestuur;


    2.2. het goedkeuren of wijzigen van de Statuten van de Stichting;


    2.3. het goedkeuren of wijzigen van het ordereglement van het Stichtingsbestuur; en


    2.4. het ontbinden van de Stichting, in overeenstemming met Artikelen 20 en 25 van deze Statuten.

  3. De exclusieve bevoegdheid van het Stichtingsbestuur zoals is vastgelegd in paragraaf 2 van dit Artikel en in Artikel 7 mag niet gedelegeerd worden.

Artikel 13: Additionele Bevoegdheden van het Stichtingsbestuur

Het Stichtingsbestuur heeft de meest verstrekkende bevoegdheden om de doelen van de Stichting te bereiken en haar behoorlijk te beheren. De bevoegdheden van het Bestuur omvatten, maar zijn niet beperkt tot, de volgende:

  1. het toezicht op het wijs beheren en besteden van het vermogen van de Stichting;

  2. het vaststellen van jaarplannen en aktiviteitenplannen van de Stichting op lange termijn;

  3. het vaststellen van het jaarplan en de jaarbegroting van de Stichting;

  4. het vaststellen en goedkeuren van de jaarrekeningen van de Stichting;

  5. het goedkeuren van de balans en de berekening van inkomsten;

  6. het aanwerven en vervreemden van bezittingen van de Stichting;

  7. het toewijzen van taken en functies van de Stichting onder de Bestuursleden en het benoemen van een Voorzitter, die tevens lid van het Stichtingsbestuur moet zijn;

  8. het opzetten en organiseren van een kantoor;

  9. het aantrekken van personeel voor het uitvoeren van de activiteiten van de Stichting.

Artikel 14: Samenstelling van het Stichtingsbestuur

Het bestuur bestaat uit ten minste zeven (7) en ten hoogste negen (9) leden, die worden geselecteerd op basis van de volgende verhouding:

  1. Drie (3 ) leden worden voorgedragen door de President van de Republiek Suriname;

  2. 2. Een lid


    2.1 vertegenwoordigt een particuliere niet-goevernementele organisatie die gevestigd is in de Republiek Suriname en die tot doel heeft het behoud van biodiversiteit; of


    2.2 is lid van een publieke of particuliere instelling voor hoger onderwijs in de Republiek Suriname, en is deskundig in het behoud van biodiversiteit;


    3. Een (1) lid wordt geselecteerd uit de particuliere sector.


    4. Twee (2) leden zijn vertegenwoordigers van de bewoners van het binnenland van de Republiek Suriname:


    4.1. een lid wordt gekozen door de Marron-gemeenschap; en


    4.2. een lid wordt gekozen door de Indiaanse gemeenschap.


    5. Een (1) lid is vertegenwoordiger van Conservation International, of wordt aangewezen door Conservation International;


    6. Een lid is vertegenwoordiger van internationale donors van het fonds. Deze vertegenwoordiger wordt aangewezen door het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP).

Artikel 15: Criteria voor Lidmaatschap van het Bestuur

  1. Bestuursleden zijn:


    1.1. alom gerespecteerd en worden beschouwd als integere personen met hoge morele normen;


    1.2. gecommitteerd aan de specifieke doelen van de Stichting Suriname Conservation Foundation en hebben aantoonbare interesse in milieu- vraagstukken, in het bijzonder het behoud van biodiversiteit;


    1.3. personen met een staat van nationaal erkende prestaties in het openbare of particuliere leven;


    1.4. ingezetenen van de Republiek Suriname;

  2. Paragraaf 1.4 van dit Artikel is niet van toepassing op het bestuurslid dat internationale donors vertegenwoordigt.

Artikel 16: Zittingsduur/Ontheffing

  1. Elke benoeming tot lid van het Stichtingsbestuur is voor een termijn van twee (2) jaar, behalve het volgende:


    1.1 De eerste termijn van het Stichtingsbestuur duurt drie jaren.


    1.2 Gedurende de tweede termijn van het Stichtingsbestuur wijst dit bestuur vier van haar leden aan die in een tweede termijn slechts een jaar aanzitten.


    1.3 De vertegenwoordiger van het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) wordt benoemd voor een termijn van zes (6) jaren.

  2. Alle leden van het Stichtingsbestuur zijn herbenoembaar maar kunnen voor niet meer dan twee opeenvolgende termijnen benoemd worden.

  3. De vertegenwoordigers van de UNDP en Conservation International zijn niet onderworpen aan de vereisten van Paragraaf 1.2 of Paragraaf 2 van dit Artikel.

  4. De benoeming van leden van het Stichtingsbestuur die benoemd zijn op voordracht van de President van de Republiek Suriname kan niet worden ingetrokken nadat hun voordracht is goedgekeurd door het Stichtingsbestuur. Zij kunnen slechts door het Stichtingsbestuur afgezet worden om redenen die zijn vastgelegd in paragraaf 6 van dit Artikel.

  5. De Voorzitter van het Stichtingsbestuur wordt door het Stichtingsbestuur gekozen voor een periode van een (1) jaar en is herkiesbaar.

  6. Elk lid van het Stichtingsbestuur kan onder de volgende omstandigheden worden ontheven:


    6.1 wegens het voortdurend niet participeren in de vergaderingen van het Stichtingsbestuur, of het niet uitvoeren van de taken die voortvloeien uit participatie in het Stichtingsbestuur;


    6.2 wegens het handelen in strijd met de Oprichtingsakte, de Statuten, de doelen van de Stichting of enig besluit van de Stichting;


    6.3 wegens handelingen die duiden op gebrek aan integriteit of eerlijkheid; en


    6.4 wegens het niet voldoen aan de bepalingen van Artikel 20.

  7. Bij het onstaan van een vacature benoemt het Stichtingsbestuur een nieuw lid overeenkomstig de bepalingen in dit Artikel en de Artikelen 14,15 en 17.

Artikel 17: Regels voor Benoeming

  1. De leden van het eerste Stichtingsbestuur worden geselecteerd in gezamenlijk overleg tussen de President van de Republiek Suriname en Conservation International en overeenkomstig Artikelen 14,15 en 16.

  2. Met uitzondering van het eerste Bestuur van de Stichting moet het lidmaatschap van alle daaropvolgende Besturen van de Stichting goedgekeurd worden door vijf stemmen van het zittende Bestuur.

Artikel 18: Frequentie van Bestuursvergaderingen

  1. Vergaderingen van het Stichtingsbestuur worden geconvoceerd door de Voorzitter op eigen initiatief of op verzoek van ten minste drie (3) leden van het Stichtingsbestuur.

  2. Het Stichtingsbestuur vergadert net zo vaak als de belangen van de Stichting vereisen, maar ten minste drie keer per jaar.

Artikel 19: Quorum en Stemming

  1. Een besluit tot wijziging van de Oprichtingsakte of de Statuten vereist de goedkeuring van zes leden van het Stichtingsbestuur, met de uitzondering dat een besluit tot wijziging van paragraaf 2 van dit Artikel unaniem moet worden genomen.

  2. Een besluit om kapitaal te lichten of de Stichting op te heffen, vereist de unanieme goedkeuring van alle stemgerechtigde leden van het Stichtingsbestuur, naast de vereisten die zijn vastgelegd in Artikel 25 van deze Statuten.

  3. Een besluit tot ontheffing van een lid van het Stichtingsbestuur vereist de goedkeuring van zes leden van het Stichtingsbestuur.

  4. Alle besluiten die niet zijn opgesomd in paragrafen 1, 2 en 3 van dit Artikel mogen worden genomen door een gewone meerderheid van de leden van het Stichtingsbestuur die op de vergadering aanwezig zijn.

  5. Met uitzondering van de besluiten die zijn opgesomd in paragrafen 1,2 en 3 van dit Artikel, die vereisen dat alle leden op de vergadering aanwezig zijn, kan het Stichtingsbestuur rechtsgeldig vergaderen als er vijf bestuursleden aanwezig zijn.

  6. Tenzij anders vereist door toepasselijke wetten, en met uitzondering van besluiten die vallen onder paragrafen 1,2 en 3 van dit Artikel, kan elke handeling die vereist is of waartoe kan worden besloten tijdens enige vergadering van het Stichtingsbestuur, zonder vergadering worden verricht, mits:


    6.1 alle leden van het Stichtingsbestuur schriftelijk en redelijk gedetailleerd in kennis worden gesteld van de zaak die wordt behandeld; en


    6.2 de vereiste meerderheid van het Stichtingsbestuur schriftelijk instemt met een besluit zonder vergadering.

  7. Besluiten van het Stichtingsbestuur mogen, met uitzondering van de besluiten die vallen onder paragrafen 1, 2 en 3 van dit Artikel, genomen worden door goedkeuring te geven aan een voorstel dat is gedaan door het doen rondgaan van een besluit op schrift of door een ander communicatiemiddel overeenkomstig de Surinaamse wet, met dien verstande dat:


    7.1 het communicatiemiddel een duidelijk schriftelijk verslag bevat van de details van het voorstel, van de beraadslagingen van het Stichtingsbestuur en van de stem die door elk lid van het bestuur is uitgebracht.


    7.2 een dergelijk besluit wordt genotuleerd, onder specifieke vermelding van de wijze waarop het besluit genomen is en de namen van de participanten.

  8. Bij iedere stemming heeft elk lid van het Stichtingsbestuur een (1) stem.

Artikel 20: Belangenstrijd

Zodra enig lid van het Stichtingsbestuur, of een direct familielid, een onafhankelijk belang heeft in het besluit dat door het Stichtingsbestuur moet worden genomen, moet dat lid aan het Bestuur de aard en omvang van het belang kenbaar maken. Indien het Stichtingsbestuur, zonder de stem van het betrokken Bestuurslid, bepaalt dat een dergelijk belang sterk genoeg is om potentieel in strijd te zijn met de belangen en doelen van de Stichting, moet het betrokken Bestuurslid zich onthouden van enige stemming die betrekking heeft op een dergelijke aangelegenheid.

Artikel 21: Commissies

Het Stichtingsbestuur mag tijdelijke of vaste commissies instellen, inclusief een Algemene Vergadering, en personen die het nodig acht aanwijzen om hierin zitting te nemen. Personen in een dergelijke adviserende functie hebben geen van de bevoegdheden van het Stichtingsbestuur.

Artikel 22: Orde Reglement

  1. Het Stichtingsbestuur geeft goedkeuring aan het Orde Reglement van de Stichting.

  2. Het Orde Reglement stelt richtlijnen vast met betrekking tot de tijd, plaats en agenda van Bestuursvergaderingen, quorumvereisten, schriftelijke communicatie met het Bestuur, en andere zaken die betrekking hebben op vergaderingen van het Stichtingsbestuur.

  3. Het Orde Reglement mag niet in strijd zijn met de Statuten van de Stichting en moet in overeenstemming zijn met internationaal aanvaarde regels voor debatvergaderingen.

Artikel 23: Officiele Taal

De officiële taal van de Stichting is het Nederlands, maar gelet op de internationale samenstelling van het Stichtingsbestuur, worden documenten op verzoek in het Engels vertaald.

Artikel 24: Monitoring en Evaluatie

De Stichting stelt een monitoring en evaluatieplan vast en brengt regelmatig monitoring en evaluatierapporten uit.

Artikel 25: Ontbinding van de Stichting

  1. De Stichting wordt ontbonden onder de bij wet bepaalde omstandigheden, of wanneer het Stichtingsbestuur vaststelt dat de doelen van de Stichting niet meer haalbaar zijn.

  2. In geval van ontbinding worden de bezittingen van de Stichting van de hand gedaan overeenkomstig de bepalingen in dit Artikel en ingevolge een besluit van het Stichtingsbestuur, en na uitdrukkelijke goedkeuring van tenminste een nationale en een internationale instelling van grote reputatie die doelen natreven die zoveel mogelijk overeenkomen met die van de Stichting. De nationale en internationale instellingen worden geselecteerd door het Stichtingsbestuur.

  3. Liquidatie wordt geleid door een curator, die wordt benoemd door het Stichtingsbestuur, overeenkomstig de internationale normen voor liquidatie en de Surinaamse wet.

  4. De curator krijgt taken en bevoegdheden van het Stichtingsbestuur overeenkomstig de voorwaarden en bepalingen van deze Statuten , maar is onderworpen aan het toezicht van het Stichtingsbestuur. 

  5. Na ontbinding worden de bezittingen van de Stichting slechts verdeeld onder organisaties die zijn opgezet en uitsluitend werken voor charitatieve, wetenschappelijke en educatieve doelen, overeenkomstig de doelen van deze Stichting.

  6. De bezittingen van de Stichting mogen niet teruggestuurd worden naar de oprichters of hun erfgenamen, noch mogen zij op enigerlei wijze ten bate van hen worden aangewend, noch mag enige functionaris, enig bestuurslid, of enige andere particuliere persoon in aanmerking komen voor een aandeel in de verdeling van enig deel van de bezittingen van de Stichting. Deze paragraaf is niet van toepassing als de oprichter ook donor van de Stichting is en vraagt om retournering van donaties bij ontbinding.

  7. Ontbinding kan slechts overeenkomstig Artikelen 12 en 19 van deze statuten geschieden.


© Copyright Suriname Conservation Foundation
Burenstraat 33, 4e etage, Paramaribo - Suriname S.A.
Tel: (597) 470155 / Fax: (597) 470156
E-mail: surconf@sr.net