|
Staatsbesluit 1998 no. 65 [Dutch]
| 1998 |
 |
No.65 |
STAATSBLAD VAN DE REPUBLIEK
SURINAME
STAATSBESLUIT van 31 juli 1998, houdende wijziging van de "Natuurbeschermingsbesluiten" van 22 april 1966 (G.B.1966 no.59) en van 26 augustus 1986 (S.B.1986 no.52) en de aanwijzing van tot Staatsdomein behorend gebied als natuurreservaat (Natuurbeschermingsbesluit 1998).
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME,
Op voordracht van de Minister van Natuurlijke Hulpbronnen;
Overwegende, dat, ter uitvoering van de artikelen 1 en 2 van de "Natuurbeschermingswet 1954" (G.B.1954 No.26) in werking getreden bij G.B.1954 No.105, het nodig is het navolgende vast te stellen:
Heeft, de Staatsraad gehoord, vastgesteld het onderstaande door de Raad van Ministers voorbereid staatsbesluit;
Artikel 1
Tot bescherming en behoud van de in de Republiek Suriname aanwezige natuurlijke rijkdommen wordt als “CENTRAAL SURINAME NATUURRESERVAAT” aangewezen, het volgende tot het Staatsdomein behorende gebied met de grenzen die hierna zijn omschreven en die op de bijgevoegde kaart – welke een integrerend deel vormt van dit Staatsbesluit – zijn getekend:
Ten Noorden:
-
vanuit punt N1 (4o 54' 29" NB, 56 o 7' 05" WL) op de Mankaba val in de Coppename rivier door een lijn van 11.000m richting ware noorden 90o oost naar punt N2 (4 o 52' 29" NB, 56 o 1' 08" WL);
-
vanuit punt N1 door een lijn van 17.000m, richting ware noorden 270o west naar punt N3 (4 o 52' 29" NB, 56 o 10' 58" WL) zijnde het snijpunt met de voormalige distriktsgrens van de distrikten Saramacca en Nickerie.
Ten Oosten:
-
vanuit punt N2 (4 o 52' 29" NB, 56 o 1' 08" WL) door een (rechte) lijn naar punt 01 (4 o 47'16" NB, 55 o 56' 16" WL) aan de Kwamakreek;
-
vervolgens door (rechte) lijnen tussen de opeenvolgende punten 02 tot en met 014:
| Punt nummer |
Noorderbreedte |
Westerlengte |
Hoogte |
| 02 |
4o 39' 05" |
55o 59' 34" |
269m |
| 03 |
4o 33' 31" |
55o 56' 07" |
160m |
| 04 |
4o 35' 08" |
55o 54" |
127m |
| 05 |
4o 34' 46" |
55o 51' 50" |
140m |
| 06 |
4o 33' 44" |
55o 49' 35" |
154m |
| 07 |
4o
29' 14" |
55o 53' 50" |
125m |
| 08 |
4o
28' 25" |
55o 56 |
153m |
| 09 |
4o
27' |
55o 56' 35" |
137m |
| 010 |
4o
25' 40" |
55o 55' 25" |
135m |
| 011 |
4o
23' |
55o 56' 16" |
199m |
| 012 |
4o
22' 07" |
55o 56' 29" |
205m |
| 013 |
4o
18' 39" |
55o 56' 13" |
205m |
| 014 |
4o
16' 57" |
55o 55' 50" |
173m |
| Punt nummer |
Noorderbreedte |
Westerlengte |
Hoogte |
| 016 |
4o 10' 09" |
55o 55' 44" |
146m |
| 017 |
4o 06' 39" |
55o 56' 23" |
260m |
| 018 |
4o 05' 13" |
55o 57' 11" |
262m |
| 019 |
4o 02' 14" |
55o 58' 22" |
200m |
| 020 |
4o 00' 07" |
55o 55' 50" |
200m |
| 021 |
3o 56' 46" |
55o 53' 34" zijnde de mondig
van een kreek aan de Saramaccarivier; |
-
vervolgens door de rechteroever van de desbetreffende kreek tot het snijpunt (022: 3 o 50' NB, 55 o 54' 35" WL) met de waterscheiding van de stroomgebieden van de Saramaccarivier en de Gran Rio;
-
vervolgens door lijnen van de navolgende punten 023 tot en met 039 op de Asch van Wijckgebergte:
| Punt nummer |
Noorderbreedte |
Westerlengte |
Hoogte |
| 023 |
3o 29' 26" |
55o 54' 46" |
671m |
| 024 |
3o 47' 49" |
55o 56' 02" |
718m |
| 025 |
3o 46' 21" |
55o 56' 41" |
710m |
| 026 |
3o 44' 29" |
55o 57' 31" |
698m |
| 027 |
3o 41' 29" |
55o
59' 28" |
397m |
| 028 |
3o 00' 18" |
55o 00' 00" |
376m |
| 029 |
3o 39' 25" |
55o 00' 29" |
277m |
| 030 |
3o 37'
44" |
56o 10' 41" |
210m |
| 031 |
3o 36' 23" |
56o 02' 16" |
497m |
| 032 |
3o 35' 55" |
56o 02' 58" |
438m |
| 033 |
3o 34' 49" |
56o 03' 46" |
387m |
| 034 |
3o 34' 48" |
56o 05' 01" |
460m |
| 035 |
3o 33' 31" |
56o 07' 44" |
470m |
| 036 |
3o 32' 32" |
56o 08' 49" |
446m |
| 037 |
3o 31' 16" |
56o 11' 16" |
660m |
| 038 |
3o 30' 52" |
56o 12' 32" |
549m |
| 039 |
3o 29' 47" |
56o 14' 14" |
690m |
(039 is het snijpunt van de waterscheiding van de stroomgebieden van Gran Rio en de Saramaccarivier met de voormalige distriktsgrens van de distrikten Brokopondo en Nickerie);
-
vervolgens door de voormalige distriktsgrens van de distrikten Brokopondo en Nickerie en door de voormalige distriktsgrens van de distrikten Nickerie en Marowijne tot het punt 040 (2 o 50' 49" NB, 56 o 06' 26" WL) zijnde het snijpunt van laatstgenoemde distriktsgrens met de oorspong van de Zuidrivier;
Ten Zuiden:
Ten Westen:
-
vanuit de monding Z1 van de Zuidgrens (in de Lucierivier) door de rechteroever van de Lucierivier tot aan de monding W0 van de Westrivier, vervolgens door de rechteroever van de Westrivier tot punt W1 (3 o 33' 26" NB, 56 o 47' 41" WL);
-
vervolgens door lijnen door de navolgende punten W1 tot en met W13:
| Punt nummer |
Noorderbreedte |
Westerlengte |
Hoogte |
| W2 |
3o 36' 19" |
56o 51' 13" |
593m |
| W3 |
3o 38' |
56o 53' 53" |
596m |
| W4 |
3o 41' 37" |
56o 57' 25" |
750m |
| W5 |
3o 47' 55" |
56o 03' 07" |
548m |
| W6 |
3o 53' 50" |
57o 05' 21" |
948m |
| W7 |
3o 06' 52" |
56o 59' 06" |
1000m |
| W8 |
4o 04' 46" |
56o 51' 05" |
840m |
| W9 |
4o 06' 46" |
56o 47' 25" |
873m |
| W10 |
4o 08' 13" |
56o 47' 02" |
800m |
| W11 |
4o 10' 10" |
56o 47' 08" |
500m |
| W12 |
4o 21' 46" |
56o 43' 28" |
671m |
| W13 |
monding van de Linker Adampadakreek (in de Adampadakreek); |
-
vanuit de monding W13 van de Linker Adampadakreek (in de Adampadakreek) door de linkeroever van de Adampadakreek tot de monding W14 van de Adampadakreek (in de Coppenamerivier);
-
vervolgens door de Linkerover van de Coppenamerivier tot de monding W15 van de Clementskreek (in de Coppenamerivier);
-
vervolgens door een lijn vanaf de monding W15 van de Clementskreek in de richting ware noord 0o Noord tot en met het snijpunt W16 met de voormalige distriktsgrens van de distrikten Saramacca en Nickerie, vervolgens dor de voornoemde distriktsgrens tot punt N3.
Artikel 2.
Voor zover in het bij dit Staatsbesluit als natuurreservaat aangewezen gebied in allodiale eigendom en erfelijk bezit, in erfpacht, in grondhuur, in huur, in gebruik, in vergunning of in concessie uitgegeven percelen, evenals dorpen en nederzettingen van in stamverband levende boslandbewoners gelegen zijn, worden de uit kracht daarvan verkregen rechten geëerbiedigd, tenzij:
-
het algemeen belang of het nationaal doel van het ingestelde natuurreservaat wordt geschaad;
-
anders bepaald.
Artikel 3.
Dit Staatsbesluit laat, mede gelet op de artikelen 6 en 12 van de "Natuurbeschermingswet 1954"(G.B. 1954 No. 26), onverlet de mogelijkheid om in het bij artikel 1 van het onderhavig Staatsbesluit aangewezen natuurreservaat exploratie-werkzaamheden naar de mogelijkheden tot benutting van de natuurlijke hulpbronnen, met inachtneming van de door de Minister belast met het bosbeheer, te geven aanwijzingen, te doen verrichten door daartoe van Staatswege aangeduide instanties.
Artikel 4.
Te Bepalen dat bij de inwerkingtreding van dit staatsbesluit tot instelling van het CENTRAAL SURINAME NATUURRESERVAAT, de volgende natuurreservaten tot dit reservaat behoren, te weten:
-
de in het staatsbesluit van 22 april 1966 (G.B. 1966 No.59) onder artikel 1 leden e en f genoemde gebieden rondom de Tafelberg, respectievelijk ten Noorden van het Kaysergeberte en
-
de in het Staatsbsluit van 26 augustus 1986 (S.B. 1986 No.52) onder artikel 2 vermelde Natuurreservaat Raleighvallen.
Artikel 5.
-
Dit Staatsbesluit, dat kan worden aangehaald als "NATUURBESCHERMINGBESLUIT 1998", wordt in het Staatsblad van de Republiek Suriname bekend gemaakt.
-
Het treedt in werking met ingang van de dag volgend op die van zijn bekendmaking.
-
De Minister belast met het bosbeheer draagt zorg voor de uitvoering van dit staatsbesluit.
Gegeven te Paramaribo, de 31ste juli 1998.
J.A.WIJDENBOSCH.
Uitgegeven te Paramaribo, de 10de september 1998.
De Minister van Binnelandse Zaken,
S.W.KERTOIDJOJO.
STAATSBESLUIT van 31 juli 1998, houdende wijziging van de "Natuurbeschermingsbesluiten"van 22 april 1966 (G.B. 1966 no.59) en van 26 augustus 1986 (S.B. 1986 no. 52) en de aanwijzing van tot Staatsdomein behorend gebied als natuurreservaat (Natuurbeschermingsbesluit 1998).
NOTA VAN TOELICHTING:
De aanwezigheid van tropische regenbossen is voor alle vormen van leven op aarde van groot belang.
Vanwege het feit dat wereldwijd op grote schaal ontbossing heeft plaatsgevonden, is het proces van verdwijning van - met name - tropische regenbossen reeds vergevorderd.
Tropische regenbossen behoren tot 's werelds rijkste ecosystemen en de laatste resten van dezen natuurmonumenten zijn nog aanwezig in ondermeer het Guyana schild, waar de Republiek Suriname deel van uitmaakt.
Het is daarom van eminent belang dat restanten tropische regenbossen over de gehele wereld beschermd worden.
De Regering van de Republiek Suriname heeft reeds aangetoond dat zij doordrongen is van haar verantwoordelijkheid voor het behoud en voor de duurzame ontwikkeling van tropische regenbossen, in het belang van het voortbestaan van het leven op aarde in het algemeen en in het bijzonder voor het welzijn en de welvaart van Suriname.
De toetreding van Suriname tot verschillende internationale conventies, zoals de Conventie inzake Behoud van het Werelderfgoed (1972), de Conventie inzake Internationale Handel in Bedreigde Soorten (1973), het Verdrag van Amazonische Samenwerking (1978), de Conventie inzake Biologische Diversiteit (1992) en de Raamwerk-Conventie inzake Klimaatsverandering (1998), onderschrijft de ernst die de Regering wenst aan te leggen, bij het geven van inhoud aan het behoud van onze tropische bossen.
Ook het beleid ten aanzien van de instelling van beschermde gebieden bevestigt de bijdrage van de Regering van Suriname aan het behoud van het leven op aarde.
Voorheen zijn reeds 15 (vijftien) beschermde gebieden ingesteld, met een totale oppervlakte van circa 800.000 (achthonderduizend) hectare.
Het nieuw in te stellen natuurreservaat zal gevormd worden door 3 (drie) bestaande natuurreservaten, te weten Raleighvallen-, Tafelberg- en Eilerts de Haan Natuurreservaat, die met elkaar verbonden zullen worden en samen met de tussenliggende gebieden een geheel nieuwe natuurreservaat doen ontstaan - het Centraal Suriname Natuurreservaat - met een oppervlakte van 1.592.000 (één miljoen vijfhonderd twee en negentigduizend) hectare, dat 9.7% van het Landoppervlak van Suriname vertegenwoordigt.
Het Centraal Suriname Natuurreservaat zal bescherming bieden aan een deel van het Surinaamse grondgebied, waar er haast geen menselijke invloeden waarneembaar zijn en waar de vele rivieren van Suriname hun oorsprong hebben.
Artikelsgewijze Toelichting.
Artikel 1.
Aangezien het een zeer groot gebied betreft met vele heuvels en bergen, is gekozen voor het vaststellen van de begrenzing van het gebied middels koordinatiepunten, die aangegeven zijn in een beschrijving.
Artikel 2.
Voorzover bekend is het gebied onbewoond en komen er geen nederzettingen voor. Echter, indien mocht blijken dat er wel in stamverbandwonende en -levende boslandbewoners voorkomen, dienen hun gewoonterechten te worden geëerbiedigd.
Artikel 3.
De mogelijkheid tot het benutten van natuurlijke hulpbronnen zal kunnen plaatsvinden met inachtneming van de aanwijzingen te geven door de Minister belast met het bosbeheer, echter zolang er geen afbreuk wordt gedaan aan het nationale doel van het voorgesteld natuurreservaat.
Artikel 4.
Bij de inwerkingtreding van dit Staatsbesluit zal niet meer gesproken worden van Raleighvallen-, Tafelberg- en Eilerts de Haan - Natuurreservaat, maar van het Centraal Suriname Natuurreservat.
Alle drie eerder genoemde natuurreservaten zullen dan een onderdeel vormen van het groter geheel en zullen niet meer als zelfstandige natuurreservaten bekend zijn.
Paramaribo, 31 juli 1998.
J.A.WIJDENBOSCH.
|
|